Van, voor en door boerinnen en boeren : digitale tentoonstelling

Deze fototentoonstelling is tot stand gekomen door een intensieve samenwerking tussen boerinnen en boeren en Andrea Peeters, senior archivaris. De foto's die de boeren en boerinnen het meest aanspraken, waarbij ze ook vaak herinneringen wisten op te halen, werden geselecteerd en van opmerkingen voorzien.

Dit project is een initiatief van het SHCL  en werd mede mogelijk gemaakt dankzij de financiële ondersteuning van de RABObank en LLTB.

Foto's zijn afkomstig uit de fotocollectie van Zij Actief Limburg (EAN_1241) en de fotocollectie van de LLTB (EAN_1244).

 

FRUIT SORTEREN

“In de oude kern van Eijsden en Gronsveld was een fruitveiling. Het sorteren van de kersen was typisch vrouwenwerk.”
Vroeger stonden bij iedere boerderij wel een paar soorten vruchtenbomen: appels, peren, kersen, pruimen, kweepeer, moerbeien en de mispels. De plek die deze boerenboomgaardjes innamen, varieerde. Dit was afhankelijk van het nut: voor eigen gebruik of als appeltje voor de dorst door de opbrengst te verkopen aan een fruitveiling. De opbrengsten uit de boomgaard vormden een belangrijke aanvulling op de inkomsten van de boerderij.
Fotograaf: Foto-, pers- en filmbureau Het Zuiden Den Bosch-Maastricht, [ca. 1957].

 

SCHAFTTIJD

“Wij hielpen met z’n allen. Vader stond bij de lagere school en vroeg de jongens of zij wat wilden bijverdienen. Er waren altijd jongens die mee wilden helpen en in ruil voor een dubbeltje, een paar aardappelmanden vulden. Moeder kwam altijd met de koffie en boterhammen naar het veld. Daarvoor gingen de jongens ook mee, dan hadden ze weer eten gehad die dag.”

 

TRACTOR

“Met de zondagse kleren op het veld om de demonstratie van de nieuwe machine te bekijken, vrouwen waren niet gewenst, pas na afloop kwamen zij in beeld met koffie en broodjes.”
Met een tractor was een akkerbouwer in staat veelvoorkomende werkzaamheden, zoals ploegen, zaaien, eggen en wieden, alleen en snel te verrichten. Vooral de jongere boeren waren bereid te investeren en stonden open voor nieuwe technologieën. Demonstraties van nieuwe modellen met vierwielaandrijving, zoals die van de Oostenrijkse firma Steyr, werden op zondag steevast door de boeren druk bezocht. De boerinnen zorgden voor broodjes en koffie na afloop.
Fotograaf onbekend, [ca. 1965].

 

GENERATIES

“Het was vanzelfsprekend dat je de oude mensen verzorgde.”

De meeste boerenbedrijven waren familiebedrijven. Op de boerderijen woonden vaak drie generaties. Oma en opa, vader en moeder, en een schare kinderen leefden onder één dak. Ze voerden een gezamenlijke huishouding, werkten met z’n allen op het land en waren economisch afhankelijk van de opbrengsten van de boerderij. Het was van oudsher gebruikelijk dat het agrarisch bedrijf van vader op zoon werd overgedragen. Het was vaak de oudste zoon die het boerenbedrijf overnam. Tot op de laatste dag van hun leven bleven zijn ouders op de boerderij wonen en genoten van hun oude dag bij de kachel in de boerenkeuken.
Fotograaf onbekend, [ca. 1955].

ROOIEN

rooien

“Gebukt en gekleed op het aardappelveld. In die tijd bestond er nog geen broek voor de vrouw.”

Vóór de mechanisatie van de landbouw werden de aardappelen met de hand gerooid. De boer en zijn knechten staken op enige afstand van de plant de hak of riek in de grond om de aardappelkluit op te lichten. Het rapen en sorteren van de aardappelen naar grootte was typisch vrouwenwerk. Het gerooide veld werd vervolgens geëgd zodat de resterende aardappelen naar boven werden gewoeld. Het was een traditie dat kinderen na de oogst de aardappelvelden nog eens overliepen, op zoek naar de overgebleven aardappelen. Met een beetje geluk resulteerde dat toch nog in enkele tientallen kilo’s aardappelen.
Fotograaf onbekend, [ca. 1960].

 

MELKBUSSEN

melkbussen

“Dit karretje met 8 melkbussen was goed voor 320 liter."

De melkbussen, met een inhoud van veertig liter per bus, werden op het erf of aan de weg meerdere keren per week leeggezogen. De rijdende melkontvangst van Sibema, een Limburgse zuivelcoöperatie, werkte met een vacuümpomp. Het machinaal leegzuigen was een stuk hygiënischer dan de handmatige manier van lossen. De melkbussen werden geleidelijk aan vervangen door melkkoeltanks, een roestvrijstalen vat, dat bij de boerderijen in een zogenaamd tanklokaal stond. Voor vele kleine boerenbedrijfjes was de verplichting van de overheid om over te schakelen op melktanks de doorslaggevende reden om te stoppen. Fotograaf onbekend, [ca. 1960].

 

OOGSTTIJD

het hooi gaat van het land

“Ter afwering van de brandende zon droegen wij boerenmeisjes bontgekleurde hoofddoekjes. Van tijd tot tijd keken wij op en gingen een ogenblik rechtop staan. De ene bindster was sneller of trager dan de andere. Tijd voor een gezellig praatje was er nauwelijks. Voor de avond moest alles gebundeld, gebonden en in hopen rechtop staan.”

In de brandende zon uur na uur, dag na dag, werkten de boeren en boerinnen in de oogsttijd op het veld. Op de akkers werd veel werk handmatig uitgevoerd. De boer bediende de maaimachine die met paardenkracht werd voortgetrokken. De boerin, haar dochters en andere vrouwelijke hulpkrachten bundelden het losse graan en bonden het tot schoven. Deze schoven werden vervolgens in groepjes, met de graanhalmen naar boven, rechtop tegen elkaar gezet om te drogen.
Fotograaf onbekend, [ca. 1945].